In een nieuwe serie behandelen we hoe de beginselen van de roeihaal het beste aangeleerd kunnen worden. TopRow ondervraagt hierbij mensen uit verschillende disciplines (jeugd, studenten, ouderen) over hoe dat zij dat doen en welke visie daarachter schuilt. Als eerste spreken we Timo van Wittmarschen, die de leiding heeft over alle eerstejaars mannen bij de Amsterdamse Studentenroeivereniging Nereus.

Als een eerstejaars roeier zich aanmeldt bij Nereus, volgt – net als bij de meeste andere studentenroeiverenigingen in Nederland – in eerste instantie een zes weken durende proeftijd. Een commissie organiseert activiteiten en verdeelt de roeiers over verschillende bootjes die ieder eigen coaches krijgen. “Mijn bemoeienis is dan nog niet enorm. De focus moet dan vooral zijn dat alles leuk moet blijven. Als ik teveel ga doen, wordt het al snel te serieus. Wel zorg ik ervoor dat een paar zaken goed geregeld zijn. Zo deel ik bootjes in waarvan we denken dat het potentiële wedstrijdroeiers zijn en zorg ik dat de zogeheten Achtendagen goed verlopen. Dat zijn momenten waarop de afroeiers met ervaren wedstrijdroeiers in de boot stappen.”

Roeibak
Voorafgaand aan die dagen laat hij de roeiers langskomen in de roeibak. “Ik kan iedereen die enigszins fanatiek is dan in een korte tijd zien en checken of ze geen rare dingen doen. Ik let dan vooral op dingen die ze meestal niet van hun eigen coaches al hebben gehoord. Dat zijn vaak de logische zaken, zoals een goede houding en het aanleren van de juiste volgorde. Ik wil juist dat ze zelf leren nadenken en zelf wat gaan proberen. Ook bij een eerste les doe ik het het liefst zelf eerst voor. Vervolgens vraag ik ze om het na te doen en vooral om een lange haal te maken waarbij het blad enigszins snel in het water zit en er ook weer goed uitkomt. Dat werkt vaak beter dan ze precies vertellen wat ze moeten doen. Dan gaan ze juist teveel nadenken.”

Bladwerk
Het bakken blijft Timo het hele jaar door doen. “Uiteindelijk komt onze visie erop neer dat we vooral niet gaan uitleggen wat ze zelf al kunnen. Ik vertel wat het doel van de haal is en hoe een boot zo efficiënt mogelijk vooruit gaat. In de bak kan je dat laatste weliswaar niet oefenen, maar het is een perfect manier om je te concentreren op een zo goed mogelijk bladwerk. Daarnaast is het een goede check of iedereen in zijn boord zit. Uit je boord hangen is een van de naarste kwalen bij eerstejaars roeiers. Dat moet je koste wat kost moet zien te voorkomen. De bak is het enige moment naast tubben waarbij je je helemaal op jezelf kan focussen. In de boot zijn er veel te veel andere factoren die meespelen, zoals balans en gelijkheid.”

Gelijkheid
Dat laatste is dan ook het belangrijkste focuspunt als ze wél in de boot zitten. “Het idee is dat ze dan vooral bezig zijn met gelijk proberen te roeien. Het liefste wil ik dat ze ook nog eens leren lekker ontspannen te varen, maar dat is bij eerstejaars roeiers vaak nog lastig. Ze hebben nu eenmaal kracht nodig om lekker te kunnen roeien. Het is ook een van de redenen waarom we met beginners nog vrij lang doorgaan met roeien in C4-en. Daar kunnen ze goed sparren tegen elkaar. In de acht is dat lastiger. Daar zijn ze in het begin vooral met zichzelf en elkaar bezig.”

Duurwerk
Ook maakt Timo met zijn ploegen al snel veel kilometers. “Het is toch een beetje de trend van tegenwoordig, dus dan kan je er maar beter snel aan beginnen. Dan moet je denken aan 20 kilometer maximaal.” Bang voor blessures is hij niet. “We hebben een belangrijke stelregel en dat is dat we niet over blessures praten. De ervaring leert dat als je er niet over praat, ze er ook niet zijn. Maar uiteraard ben ik er wel scherp op dat als ze niet verkeerd gaan roeien. Slecht roeien zorgt wél voor blessures. Als ze dat doen, haal ik ze naar de kant en probeer ze dan opnieuw te laten concentreren.”

Speedcoach
De vele kilometers betekenen overigens niet dat er constant wordt doorgevaren. “We wisselen vaak harde stukken af met stukjes rustig. Bijvoorbeeld een minuut harde haal in tempo 20 en dan een minuut harde haal in tempo 24. De speedcoach is daarbij een belangrijk middel. Zo kunnen de roeiers ook zelf zien wat voor effect het heeft als ze op een bepaalde manier roeien. Het houdt ook een beetje de lol erin. Zo kunnen ze steeds hun eigen record in een bepaald tempo verbeteren. Eerstejaars gaan snel vooruit dus dat is een makkelijke en leuke manier om ze te motiveren.”

Extra
Later in het jaar probeert Timo zijn visie om de roeiers uit de blijven dagen en zelf na te laten denken op een andere manier in te vullen. “We vertellen dat de trainingen uit het schema eigenlijk niet voldoende zijn. Ze mogen zelf andere sessies er naast doen. Zo hebben we alle wat oudere boten zoals de tweezonders en vierzonders met buisriggers op de Bosbaan gelegd waar ze dan zelf zonder coach in mogen en kunnen varen. Het mag ook slechts één baantje zijn en ze kunnen elkaar coachen. Dat levert ook nog eens leuke discussies op die zorgt voor een goede sfeer in de ploeg. Ook laten we ze graag skiffen. Er wordt vaak gedacht dat eerstejaars weinig kunnen, maar ik zie dat echt anders.”


Instructie
Hij ziet er geen enkele reden in om andere beginners, zoals jeugd of veteranen, anders op te leiden. “Ik ben ook lang instructeur geweest bij Roeicentrum Berlagebrug en daar deed ik het precies zo. Ze zelf veel laten uitzoeken, focus op het bladwerk en voldoende tijd in de bak doorbrengen. En het leuk houden met veel variatie in de trainingen.”

Vlotverhalen: Balthasar

Vlotverhalen: Balthasar

In de rubriek ‘Vlotverhalen’ interviewen we elke keer iemand die geroeid of gezeild heeft bij een van onze locaties. Wij spreken met Balthasar die roeit bij Roeicentrum Berlagebrug!KenmerkenBalthasar is te herkennen aan zijn feloranje oproei jasje. Het is een van de...