In de serie ‘Roeien in het buitenland’ spreken wij roeiers of coaches die buiten onze landsgrenzen studeren of werken. Willem Stoop (21) zat na uitzendingen naar het WK voor junioren en het EK onder 23 jaar in het net opgezette TalentenTeam van de roeibond. Toch besloot hij in januari de overstap te maken naar het Amerikaanse Brown University, een Ivy League-universiteit in Rhode Island.

Stoop gebruikte het jaar 2019-2020 als een tussenjaar om na zijn eindexamen eens goed uit te zoeken wat hij wilde. “In Nederland wist ik niet wat ik moest studeren. Het systeem is er op gericht dat je meteen iets moet kiezen, terwijl ik eigenlijk geen flauw idee had. In Amerika begin je zeker de eerste twee jaar veel breder. Bij Brown kan je zelfs de helft van de vakken zelf kiezen. Dat sprak me erg aan. Zo volg ik nu lessen astronomie, terwijl economie mijn hoofdrichting is.” 

Ivy League
Oorspronkelijk dacht de voormalige roeier van Willem III dat zijn middelbare schoolcijfers niet hoog genoeg zouden zijn voor een Ivy League-universiteit , zoals de acht best aangeschreven universiteiten van Amerika heten. “De coach van Brown die met mij contact opnam, vertelde echter dat het voldoende was. Voor mij was dat een belangrijke reden om naar Amerika te gaan. Ik wilde niet per sé naar de universiteit die enkel de grootste en sterkste roeiers wilde aantrekken. Ik ben zelf ook niet de breedste dus daar zou ik me niet prettig bij voelen.”

Rammen
Naast Brown toonden vervolgens ook Yale, Berkeley en Boston interesse. Een bezoek afgelopen september bij Brown gaf uiteindelijk de doorslag. “Roei-inhoudelijk ben ik redelijk overtuigd van de Nederlandse aanpak met veel aandacht voor techniek en het trainen in hartslagzones. Ik was dan ook bang dat je in Amerika alleen maar zou moeten rammen totdat je er bij neervalt. Hier is dat niet zo. Begrijp me goed: we trainen heel hard, maar als het echt slecht gaat is daar aandacht voor en kan je rustiger aan doen.”

TalentenTeam
Wegens corona duurde het echter even voordat Stoop richting Amerika kon. In Nederland kreeg hij vervolgens een uitstekend alternatief om zich aan te sluiten bij het TalentTeam. “Dat pakte goed uit en ik maakte flink wat progressie. Daarnaast was het ook nog eens onzeker of we vanwege corona in Amerika konden roeien. Ten slotte heb ik er toch voor gekozen om te gaan. In Nederland waren ook geen wedstrijden en ik wilde het avontuur niet missen.”  

Ergometeren
Zijn geduld werd vervolgens behoorlijk op de proef gesteld want de coronaregels zijn in Amerika behoorlijk streng. “Eigenlijk moest ik twee weken binnen blijven, maar daar heb ik wel een beetje mee gezondigd. Met de racefiets van Jaap de Jong, die hier ook studeert en roeit, heb ik toen wel wat gefietst. De twee maanden erna mochten we vervolgens alleen maar ergometeren en wattbiken. Die stonden in ons roeiershuis en dat was de enige plek waar we mochten trainen. Het betekende elke dag drie uur op zo’n apparaat.”

Mondkapje
Na verloop van tijd mocht men ook ergometeren op het botenhuis, maar dan wel met mondkapje op. “Dat was niet bepaald een succes”, vertelt hij lachend. Vanaf medio maart mochten Stoop en zijn ploeggenoten weer roeien. “We konden zelfs meteen in de acht. Heel erg fijn, maar die lange periode van binnen trainen heeft me ook wat gebracht. Niet alleen ben ik daardoor fysiek sterker geworden, ook mentaal heeft het effect gehad. Nu ik dat heb kunnen volhouden, moeten de zwaarste boottrainingen ook lukken.”

IRA
Na deze zware periode gaat het nu voor de wind. De roeiers zijn inmiddels gevaccineerd en dit weekeinde staat de eerste race tegen North Eastern University staat gepland. “Het roeien gaat lekker en momenteel zit ik met Jaap de Jong achter mij op slag in de eerste acht en onlangs heb ik mijn persoonlijk record op de ergometer verbeterd. Er volgt nog een race tegen Boston en eind mei hebben de IRA, de nationale universiteitskampioenschappen. Het is een kort seizoen maar daarna keer ik snel terug naar Nederland en hoop ik in de acht voor het WK onder 23 jaar te komen.”

Sfeer
In de korte tijd die hij er nu zit, merkte hij wel een duidelijk verschil met het trainen in Nederland. “Er hangt hier een wat relaxtere sfeer en we hebben meer lol op het water. Natuurlijk wil je graag van de ander winnen, maar daarna is het meteen weer gezellig. In Nederland blijft die vijandige sfeer wat meer hangen op de kant. Daarnaast is het erg leuk om omringd te zijn door je vrienden met wie je zowel roeit als studeert. Je doet allemaal hetzelfde. In Nederland is dat veel meer gescheiden.”

Foto: Ellen de Monchy