In de week waarin de Leidse waterpolomannen van cult-vereniging ‘De Zijl’ het NOS Sportjournaal haalden wegens hun verrassende resultaten in de Hoofdklasse, is er ook een andere oud waterpoloman die al langer met zijn krachten smijt: Stef Broenink. Erkend ergometerkanon; trapte op zijn eerste 2-kilometer selectietest voor de talentenacht van Njord drie jaar geleden 6.23, zag andere roeiers bijna hun bewustzijn verliezen en wist dat hij meer wilde. Korte tijd later stond er 6.07 op de klokken, en Broenink? Hij was iets vermoeider inderdaad.

We spreken ruim twee jaar later, op de officiële Open NJord Ergometer Kampioenschappen (ONJEK), waar elke Njord-roeier die de NKIR start een generale repetitie doet. Broenink is moe, niet kapot, dit keer staat er 5.48,8 op de klokken. Broenink: “Mijn test ging vrij gemakkelijk. Ik had afgesproken dat ik mijn eindsprint zou bewaren voor over anderhalve week. De start van het seizoen was goed dit jaar, daardoor ben ik nu al vrij fit. Het plan voor nu is om voor de NKIR nog een paar intensieve trainingen te doen, om gewoon je lichaam de juiste prikkels te blijven geven. Die trainingen zijn ook bedoeld om het hoge ritme in de vingers te krijgen en vertrouwen te kweken, zodat ik goed weet wat ik zaterdag over een week precies kan.”

Over de concurrentie in de Sporthallen Zuid: “Ik heb al een tijdje niet meer naast iemand gezeten die vergelijkbare resultaten neerzet op de ergometer. Naast Roel Braas zijn er meerdere gasten die onder de 5.50 zijn gegaan. We gaan zien wat het wordt!” Verder is het evenement niet verplicht voor zware bondsmannen, waar Broenink met zijn 105 kilo tegenwoordig ook deel van uitmaakt, daarom verwacht hij dat het veld niet extreem sterk bezet zal zijn. “Alleen als je het echt leuk vindt om te starten natuurlijk”. Hoe uniek is zijn tijd? Het huidige Nederlands Record staat op naam van Braas, met 5.47,2. Volgende week zal hij in ieder geval met vol vertrouwen dit record aan gaan vallen. Broenink: “Het wordt voor mij de eerste keer dat ik mee ga doen met de grote mannen. Het zal dus wel even wennen zijn om echt ‘live’ de competitie aan te gaan met de rest. Ik ben benieuwd hoe ik hier op zal reageren. Maar het belangrijkste vind ik vooralsnog om een goede 2k te trappen en een resultaat neer te zetten waar ik zelf tevreden mee ben.”

MerijnSoeters-2868De fundering is naar eigen zeggen gelegd tijdens zijn actieve waterpolo-periode, waarin Broenink 5 tot 6 keer per week trainde als reservekeeper bij het eerste team. In zijn studententijd bleef hij een jaar keepen, switchte naar rugby, trainde daar maar eenmaal per week en werd lid bij het Leidsch Studenten Corps Minerva. “Veel Minervanen roeien de Ringvaart. Ik ook. Toen vond ik het eigenlijk best wel leuk, dat roeien, al konden we er niks van natuurlijk”. Inmiddels heeft hij aansluiting gevonden bij de nationale selectie, waar hij voornamelijk skifft of in de twee-zonder stapt met Harold Langen. Broenink benadrukt dat hij erg onder de indruk is van Braas en diens prestaties tot dusver. “Dit jaar ga ik mijn best doen om het maximale er uit te halen en te zien waar mijn eigen grenzen liggen. Als dat dan sneller blijkt te zijn dan het NKIR record van Braas zou dat echt de kers op de taart zijn, maar ik moet eerst maar eens kijken wat hij dit jaar gaat neerzetten.” Rio is uiteraard een van de doelen, maar de weg ernaartoe is nog onduidelijk. Veel trainen en de grenzen van de ergometer op blijven zoeken zullen ongetwijfeld belangrijk blijven.

Schoolroeien
Terwijl schoolvoetbal al geruime tijd meeloopt op basisscholen, lanceert de KNRB een nieuw initiatief. Middelbare scholieren die al bekend zijn met de roeisport krijgen de kans om vrienden en vriendinnen uit te nodigen voor de vorming van een heus schoolroeiteam. Het hopen is natuurlijk op de ontdekking van een volgende Broenink of Braas. Op de lange termijn moeten dit soort ideeën dan ook bijdragen aan een grotere vijver voor de KNRB om uit te vissen. Willem Stohr, juniorencoordinator van RV Willem III geeft de insteek duidelijk weer: “We kennen allemaal wel die jongen of dat meisje uit de klas die geen bal vangt, net iets te langzaam praat en net iets te veel eet. Kortom, een typische roei(st)er. Alleen roeien ze nog niet. Deze figuren proberen we op een leuke manier kennis te laten maken met roeien”.

In de praktijk komt het neer op teams van vier scholieren, die in estafettevorm over totaal 2000 meter zullen strijden om zich te kronen tot beste roeischool van ons land. Daarnaast wijst elke juniorenroeier als ‘captain’ van zijn team, een jongen of meisje aan die in het individuele schoolveld om de knikkers mee gaat doen. Deze zogenoemde jokers maken kans op een dag meetrainen met de selectie van Ronald Florijn (bondscoach junioren, red.) en krijgen een roeipakje. Het schoolveld zal op het NKIR om elf uur aanvangen en is ingedeeld per jaarlaag voor de nodige eerlijkheid. Volgens Stohr is juist deze leeftijdscategorie ook een schot in de roos omdat “veel kinderen rond hun 13de tot 15de levensjaar uitgekeken raken op spelletjes als hockey en voetbal. Roeien is dan een leuke nieuwe uitdaging”.

Stohr vervolgt: “De ambitie van Ronald Florijn is om het aantal junioren in Nederland te verdubbelen. Ik heb ervaring met het juniorenbeleid bij zowel de Rosendaalse als Willem III en het probleem is bij die groei tweeledig; enerzijds is er een aantal verenigingen waar het juniorenroeien èrg groot wordt. Anderzijds zijn er verenigingen die groeiende juniorenstromen vakkundig weten te beëindigen. Door een léuk evenement te organiseren proberen we de vijver zoals gezegd te vergroten. Daarnaast proberen we met dit initiatief inderdaad te zoeken naar die ene rugbyer of waterpoloman die op zijn vijftiende al langer en breder is dan ikzelf”.

 

Meer foto’s van het NKIR? kijk op de website van Merijn Soeters.